-
- Een lofzang over de geest
-
- 1. we kijken niet terug naar het afgelopen jaar
- wel zetten we een tijdstap van ca 50 generaties terug
- toen de boeddha bij het zien van de morgenster zijn alleluja
zong
- en alle levende wezens zijn geest gekregen hebben
- de boeddhanatuur
die in en buiten ons werkzaam is
-
- 2. zoals op een andere plaats, in een vroegere tijd
- de geest over de wateren zweefde
- en sprak dat het licht zou worden
- het woord levend werd
- en er licht kwam in de materie
- de geest die alle levende wezens ‘verlicht’
-
- 3. in een latere tijd effende jezus de weg voor de ‘heilige’
geest
- door in z’n christus bewustzijn te zijn
- in de bigmind die verbonden is met het al
- heeft hij alles wat is zijn geest gegeven
-
- 4. bij het geboren worden van alles en iedereen
- ontstaat door de voorgaande overdrachten
- tegelijk met het lichaam, de geest
- de ongeboren boeddhanatuur die bij het sterven mee
verdwijnt
- bij het weer ongeboren worden uitdooft in de materie
- om elders in de kosmos weer nieuw leven te vullen
-
- 5. als we dan de boeddhanatuur al vanaf onze geboorte
hebben
- moeten we dan noch wel iets doen?
- is die pijnlijke en moeizame weg nog wel nodig?
- we zijn toch al ‘verlicht’?
- de boeddhanatuur zijn
- is van een totaal andere orde dan er weet van hebben
- het zelfbesef en het boeddhabesef zijn twee zelven
- die uiteindelijk een moeten worden
- door het zelf los te laten
- zodat het in de bigmind, de boeddhanatuur opgenomen wordt
- en het daarna in het dagelijks leven
- als herboren te voorschijn komt
-
- 6. de bigmind, niet gebonden aan afstand en tijd
- kan moeiteloos onmetelijke proporties aannemen
- van waaruit over het zelf gereflecteerd kan worden
- de sterfelijkheid, de egocentriciteit, de passies opgelicht
worden
- en het relatieve pijnlijk duidelijk wordt
- dat wij geen eigen grond hebben om op te staan
- de geest niet kunnen grijpen of inzien
- ons in wanhoop vastgrijpen aan losse strohalmen
- die net zoals alle dingen zich aan elkaar vasthouden
- en een netwerk in de kosmos van oorzaak en gevolg vormen
-
- 7. de zelfloze verbondenheid met het kosmische netwerk
- heeft vergaande consequenties
- als ik, in mijn egocentrisch bewustzijn
- de dingen-van-ons-allemaal me toeeigen
- gaat dat ten koste van het alles
- wat weer negatieve reacties van anderen oproept
- en een storm van negativiteit door het universum trekt
- het druist in tegen de dharma-wet van gelijkheid en nondualiteit
- tegen de natuurlijke orde
-
- 8. Rinzai noemt de geest een persoon zonder rang of stand
- die door onze zintuigen in- en uitgaat
- naar buiten gaand wordt hij door en door het object
- zoals de herfstwind, de eikenboom in de tuin
- naar binnen gaand wordt hij één met het subject
- zich blij of verdrietig voelend
-
- 9. de geest heeft een onvoorwaardelijk acceptatie
vermogen
- om in ons zonder onderscheid alle objecten te subjectiveren
- zoals het zelf te zijn met zijn egocentrisch gedrag
- of het object buiten het zelf wat even dichtbij is als het zelf
- of de leegte, boeddhanatuur te zijn als er geen gedachten
zijn
- de ander, de dingen en ons zelf te zijn in het dagelijks leven
-
- 10. de geest is een leegte die alles opneemt wat
zich aandient
- de boeddhanatuur die zelf niets projecteert
- geen enkele gedachte of gevoel voortbrengt
- een spiegel waar geen stofdeeltjes op kunnen rusten
- het is de bigmind van de wereld van de fenomenen
- ons dagelijks zelf én het universum
-
- 11. zo hebben wij de keuze
- in ons individuele bewustzijn te blijven
- de dagelijkse geest
- of de andere "ingang"te kiezen
- en de bigmind zijn
- opgenomen in de verbondenheid met alles wat is
-
- 12. wie kiest voor welke ingang?
- in zazen oefenen we het loslaten van gedachten
- de bewegingen van de dagelijkse geest
stil te leggen
- als dat proces ingezet is
- wordt de bigmind vanzelf actief
-
- 13. de dharmalogica zegt dat er uiteindelijk geen onderscheid is
- tussen de dagelijkse geest en de bigmind
- zodat ze in ons dagelijks doen en laten aanwezig zijn
- de bigmind als een spiegel die alles oplicht
- leven in en buiten ons geeft
- het zelf als het individuele dat het leven zijn eigen kleur
geeft
-
- 14. de geest in ons is van alle tijden en in ieder en
alles
- we zijn in staat om ons zelf
- en op dezelfde wijze de ander te zijn
- dat is de gave van de geest
- daarvoor oefenen wij
- tot aan ons einde der tijden
- en dat wensen wij ieder van jullie toe
-
- sarah&sjef
- (geinspireerd door Yamamda Mumon, The ten oxherding pictures)
-